Naar hoofdinhoud

Wat eenheid van taal betekent voor de ouderenzorg

Eenheid van taal in de zorg is belangrijk voor het delen en steeds opnieuw gebruiken van zorginformatie. Waarom is dit zo belangrijk? En, denkt iedereen er hetzelfde over of verschilt dat per beroepsgroep? In deze blog kijk ik naar wat eenheid van taal betekent voor de ouderenzorg.

Mijn oma van 97 viel en moest naar het ziekenhuis. Bij opname werd veel informatie gevraagd en geregistreerd. Toen ze vervolgens maandenlang revalideerde in een verpleeghuis bleek men daar niet op de hoogte van haar hartproblemen. Ondanks het uitgebreide intakegesprek ook daar, ontbrak die belangrijke informatie. 

Ook verderop in het zorgtraject bleek de informatie-uitwisseling gebrekkig: de wijkverpleging miste eveneens gezondheidsinformatie terwijl ook zij tijdens de intake veel zorggegevens hadden geregistreerd. En de zorginformatie bij de huisarts - die juist bij elke verandering geactualiseerd moet worden - bleek evenmin up-to-date. De opnames in het ziekenhuis en verpleeghuis waren niet bekend. 

Nu heeft déze zorgvrager een mondige kleindochter. Bij anderen kan het slecht uitwisselen van gezondheidsinformatie tussen zorgverleners gevolgen hebben voor passende, veilige zorg.

Ouderenzorg: meerdere organisaties en systemen

Wil je eenduidig zorginformatie met elkaar delen, dan is dat binnen de ouderenzorg een stuk uitdagender dan binnen de ziekenhuiszorg. Een verblijf in een ziekenhuis is vaak kortdurend. Er zorgen weliswaar verschillende disciplines voor dezelfde patiënt, maar zij doen dat binnen dezelfde organisatie, hetzelfde gebouw en dezelfde systemen. Het doel van de zorg is dat de patiënt weer naar huis kan. Bij ouderenzorg zijn eveneens veel disciplines betrokken. Zij werken echter vanuit verschillende organisaties, in verschillende systemen, ieder in hun eigen taal. Dit geldt vooral voor de extramurale ouderenzorg. Zorg- en welzijnsprofessionals zijn vaak langere tijd bij een cliënt betrokken met als doel hem te helpen zelfstandig te blijven. 

Alle disciplines binnen de ouderenzorg werken vanuit verschillende organisaties in verschillende systemen, ieder in hun eigen taal.

Welke informatie wanneer van wie nodig?

Om tegen die achtergrond te voorkomen dat ondanks uitgebreide intakegesprekken toch regelmatig gegevens worden gemist, is zinvol samenwerken belangrijk. Afspraken maken over de overdracht: wat is nuttige en noodzakelijke informatie om door te geven, wanneer en aan wie? Welke informatie heb jij zelf nodig van de cliënt of van andere professionals om jouw taken in de zorgketen of binnen de ondersteuning goed te kunnen uitvoeren? 

Als dit proces goed loopt, versterken professionals elkaar en krijgt ook de cliënt een volledig beeld van zijn gezondheidssituatie.

Huisarts en wijkverpleegkundige overzien zorginformatie

De sector zelf is verantwoordelijk voor het onderling uitwisselen van zorginformatie. De overheid dient een goede informatie-uitwisseling te stimuleren. De praktijk binnen het verkokerde ouderenzorgsysteem: professionals krijgen de tijd om multidisciplinair af te stemmen niet vergoed. Onduidelijk is bovendien wie de regie zou moeten pakken, als de cliënt dat zelf niet meer kan. Formeel heeft de huisarts of specialist ouderenzorg het overzicht, daar zou alle actuele gezondheidsinformatie moeten liggen. De wijkverpleegkundige of eerstverantwoordelijke verzorgende overziet en coördineert alle informatie in de dagelijkse praktijk. Het is voor alle verschillende betrokken zorgverleners belangrijk actief om te gaan met deze centrale informatiebronnen. Zoek er de informatie die jij mist en breng er de informatie die andere betrokken professionals nodig kunnen hebben. Op die manier vul je jouw deelverantwoordelijkheid beter in.

Meer tijd voor echte zorg

Naarmate je beter weet wat het werk van een collega uit een andere discipline of zelfs domein inhoudt, kun je beter inschatten of het nodig is bepaalde gezondheidsinformatie met elkaar te delen. Begrijp wie er voor of na jou in de zorgketen voor je cliënt zorgt. Loop als wijkverpleegkundige eens mee in het ziekenhuis (of andersom). Ken elkaars vak, vertrouw op elkaars vakkundigheid. Zo kom je samen tot efficiëntere zorg: je besteedt minder tijd aan het zelf vragen en registreren van gegevens en je houdt meer tijd over voor de zorg of ondersteuning zelf: 1 + 1 = 3. Geen luxe in tijden van arbeidsmarktkrapte en vergrijzing.

Weet wie er voor of na jou komt in de zorgketen. Vraag je af welke informatie nodig heeft is om de zorg voor de cliënt te vervolgen.

Ketenzorg dementie: mooi voorbeeld

Mooie voorbeelden van goede samenwerking tussen verschillende disciplines zijn de regionale samenwerkingsverbanden georganiseerd rond cliënten met een bepaalde aandoening. Denk aan de ketenzorg dementie of diabetes. Ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsen, paramedici en wijkverpleging zoeken elkaar op rond de zorg voor mensen die hieraan lijden. In zulke regio’s wordt de kans kleiner dat het verpleeghuis cruciale informatie uit het ziekenhuis mist of de huisarts niet geïnformeerd wordt over een ontslag. Professionals vinden elkaar op het juiste moment met de juiste gezondheidsinformatie.

Oma’s als de mijne worden minder afhankelijk van een toevallige kleindochter voor passende zorg.