Naar hoofdinhoud

Wat is er nodig voor de implementatie van de Wet zorg en dwang in de wijk?

Hoe kan de Wet zorg en dwang (Wzd) in de wijk geïmplementeerd worden? Lukt dat als je een goede structuur hebt van overleg en samenwerking? Deze vragen legde Vilans-adviseur Irme de Bonth onlangs voor aan Frank Amory (programmamanager Ouderenzorg ZIO), Marijke van Dongen (huisarts in Maastricht en kaderhuisarts ouderengeneeskunde), Lisette Ars (programmamanager Care en Cure bij thuiszorgorganisatie Envida) en Judith Lansink (keten Hulp bij dementie in Maastricht en Heuvelland). In deze blog beschrijft ze de uitkomsten.

Bij de start van ons gesprek gaven de deelnemers aan nog zoekende te zijn. Er kwam van alles op tafel. Van bewustwording en wat is eigenlijk onvrijwillige zorg tot het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde in de regio, onduidelijkheden rondom rechterlijke machtiging en de moeilijk te vervullen rol van de Wzd-functionaris. Maar komt onvrijwillige zorg thuis in praktijk voor? Ja, werd aangegeven. 

Wet zorg en dwang is complex

Een studie vanuit de Universiteit Maastricht, het PRITAH-onderzoek in de regio, laat zien dat onvrijwillige zorg regelmatig voorkomt in de thuiszorg. Toch is het voor professionals in de thuiszorg niet altijd duidelijk wanneer er sprake is van onvrijwillige zorg. Al pratend over de Wzd komt een beeld naar voren van een complexe wet. Een betekenisvolle wet met strakke eisen aan termijn en met vraagstukken over betrokkenheid versus verantwoordelijkheid. En bovendien een wet waarbij veel zorgprofessionals zijn betrokken (denk maar aan het stappenplan).

Terug naar de basis

‘Maar hoe ga je vandaag in de praktijk om met complexe vragen van cliënten met dementie?’, was mijn volgende vraag. In het gesprek gingen we terug naar de basis van de Wzd: het beschermen van het recht op vrijheid van de cliënt én het zorgvuldig multidisciplinair handelen. En er kwamen hele mooie verhalen op tafel. Voorbeelden waarin vragen en dilemma’s van cliënten en familie worden besproken in een multidisciplinair overleg. Huisartsen die een vaste samenwerking hebben met een vaste wijkverpleegkundige en vaste casemanager dementie. En de huisarts die de specialist ouderenzorg inschakelt om mee te denken. 

Dilemma’s over de wens van de cliënt die medicatie weigert en de insteek van familie dat die medicatie echt gegeven moet worden. Dilemma’s over het risico op vallen, maar de behoefte van de cliënt om zich te kunnen bewegen. Multidisciplinaire overleggen over een cliënt die niet meer gedoucht wil worden en waar we zoeken naar alternatieven om geen dwang in te willen zetten. Ook kwamen we tot de conclusie dat de situatie waarin thuiszorgmedewerkers op verzoek van familieleden de deur van een cliënt op slot draaien, niet zozeer gaat over de deur, maar een gesprek over de toename van de dementie en veranderingen in de zorgbehoefte van de cliënt.

Niet één oplossing maar zorgvuldig, cliëntgericht proces

De genoemde voorbeelden zijn allemaal situaties waarbij er niet één oplossing is. Maar waarbij vooral een zorgvuldig proces van multidisciplinair samenwerken in gesprek met cliënt, naasten en professionals nodig is. Een proces waarbij het van grote meerwaarde is, als er in de regio alle bouwstenen aanwezig zijn. Een proces in de praktijk, wat feitelijk al invulling geeft aan veel rollen in het stappenplan Wzd. Een gesprek wat in praktijk gewoon al plaatsvindt. Hoe mooi is dat!