Naar hoofdinhoud

Welke risico’s vinden we acceptabel bij persoonsgerichte zorg?

Onlangs verscheen het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over de aanpak van de coronacrisis. Er staan veel aanwijzingen en conclusies in waar de zorgsector van kan en moet leren. Echter, de relatie die de raad legt tussen de focus op persoonsgerichte zorg en de ernst van de corona-uitbraken in verpleeghuizen, is niet terecht. Dat schrijft Vilans-directeur Anneke Augustinus in haar blog op Skipr.

Je kunt het OVV-rapport lezen als een oproep tot minder persoonsgerichte zorg en meer aandacht voor veiligheid. Daarnaast legt de raad ook een vinger op de zere plek, namelijk de veranderingen vanuit het perspectief van een toekomstbestendige zorg. Een toekomst waarin meer sprake zal zijn van scheiden van wonen en zorg en een nog groter beroep op de informele zorg. De vraag die in alle reacties op het rapport nog niet is gesteld: 'Welke mate van risico’s vinden we acceptabel nu en in de toekomst?' Een vraag die, gezien de bevindingen van de OVV, een breder maatschappelijk debat vraagt.

Huiselijkheid

De raad op pagina 198 van het rapport: ‘Ondanks dat de gemiddelde zorgzwaarte van bewoners in verpleeghuizen toenam, kwam in de sector steeds meer aandacht voor wonen (huiselijkheid), autonomie en kwaliteit van leven. De witte doktersjassen bij artsen zijn verdwenen en er wordt meer gewerkt met vrijwilligers en mantelzorgers. Ondertussen bleven de gebouwen en de medewerkers hetzelfde, terwijl actualisatie van richtlijnen en bijscholing van personeel op het gebied van infectiepreventie (HIP) achterbleven. Gebouwen zijn vooral gericht op wooncomfort en niet altijd op mogelijkheden voor infectieziektenpreventie of -bestrijding.’

Absolute veiligheid

Het ligt uiteraard voor de hand dat de raad voor de veiligheid met de bril van (absolute) veiligheid naar de zorg kijkt. Maar is de ambitie binnen de zorg absolute veiligheid of het realiseren van een maximale kwaliteit van leven? En het vraagstuk dat tijdens de coronapandemie sterk naar voren kwam (niet alleen in de verpleeghuizen), is hoe een persoonlijke afweging zich verhoudt tot een groepsafweging. Waar prevaleert mijn vrijheid en risicoacceptatie en waar wordt die ondergeschikt aan de gewenste risicoreductie van de groep? Een moreel dilemma. Uit evaluaties blijkt dat juist dat de zware vraagstukken waren voor de zorg. Een te groot vraagstuk voor direct betrokkenen. Eerder een vraagstuk dat vraagt om een maatschappelijk moreel beraad.

Anders werken

Want een aantal terecht geconstateerde veranderingen in de zorg: meer inzet van vrijwilligers en mantelzorgers, minder 'gebouwen' meer woningen zullen zich de komende jaren versterkt en versneld inzetten. Gezien de komende vergrijzing, worden we gedwongen meer zorg op een andere manier te verlenen. Meer met inzet van technologie, mantelzorgers en ook private organisaties als detailhandel zakelijk dienstverlening en meer zorg in de gewone huiselijke setting.  

Dit neemt niet weg dat we ondanks een wat andere manier van zorg er niet alles aan moeten doen om naast persoonsgerichte ook veilige zorg te bieden. Dat betekent een ander manier van werken, van kennis verspreiden. Maak protocollen voor basisregels van hygiënisch werken breed voor iedereen beschikbaar. Organiseer naast een EHBO-cursus ook een basiscursus verzorging. Zorg is en blijft van ons allemaal. Empower in een vroeg stadium de samenleving op de vergrijzing en zorgvraag die op ons afkomt. Zowel via het maatschappelijk debat en het moreel beraad als via laagdrempelige beschikbare kennis en cursussen. Zodat we als maatschappij tijdig zijn voorbereid op de veranderende zorgvraag, de inzet die dat van ons vraagt en de mogelijke risico’s op het gebied van veiligheid die dat met zich meebrengt.

Bron

Skipr